BOU(W)MAN

(bijbehorende stamboom)


Hier over de nakomelingen van Klaas Klaassens Bou(w)man (1791).
Zij schrijven de naam Bouman soms met een 'w'. Meest zonder 'w'. De schrijfwijze hangt vaak af van de waan van de dag. Draagtt iemand een vaste naam, dus met of zonder '
w', dan wordt die consequent door de nakomelingen aangehouden. Zoals onze familie Bouman, vanaf Klaas Bouman (1867).
De familie komt oorspronkelijk uit Zwitserland en was Remonstrant. Zij zijn gevlucht vanwege de intollerantie voor dat geloof.
In de stad Groningen waren vroeger een aantal 'boerderijtjes'. Daar verbouwde men wat gewassen (vooral groente) en hield men een paar beesten. De opbrengst werd verkocht. Praktisch ten tijde van een belegering. De bewoners noemt men moeskers. In de stad Groningen herinneren o.a. de Moesstraat, de Moeskersgang en de Warmoesstraat aan de moeskers. Een andere naam is warmoe(ze)nier. Ten noorden van de stad buiten de gracht waren de moestuinen. Had je een tuin bij huis, dan was dat vaak een moestuin. In de Oosterpoort vond je ook een aantal moeskers.
Moeskers waren mensen die wat verbouwden: bouwmannen. De verklaring van de naam Bouman zal daarin gezocht moeten worden. Zo zal ook de achternaam Moesker ontstaan zijn.


En van de laatste stadsboerderijen in de stad Groningen, Moesstraat 52, is in de jaren 80 van de vorige eeuw afgebroken. Nu is daar de Kalverstraat. ... ... ... (van strontreed tot Kalverstraat) [internet]

Moesker Klaas Klaassens Bou(w)man (1791) werd geboren in Euvelgunne, een vrijwel verdwenen gehucht bij de stad Groningen.
Zijn gezin was Hervormd. Zij woonden in de Oosterpoort-wijk aan de Oosterweg 140. Nu is daar een gedeelte van het spoorwegemplacement.
Sindsdien zijn de nakomelingen generaties lang inwoners van die stad geweest.
Aanvankelijk waren zij moeskers. Later vinden wij onder hen menige middenstander.

Een geval apart is  Klaas Klaassens Bouwman (1850), een zoon van Klaas Klaassens (1791). Hij was kastelein van een koffiehuis in Groningen en kreeg 13 kinderen, waarvan meer dan de helft op jonge leeftijd zou overlijden.

Tegen het einde van de 19de eeuw werden door verschillende Bou(w)mannen een aantal straten in de Oosterpoort-wijk in Groningen aangelegd, Moeskers met wat land zagen hun kans om geld te verdienen door zelf wegen aan te leggen of huizen te bouwen om ze te verkopen of door  bouwkavels te verkopen. In1876 werd de Bouwmanstraat aangelegd over het terrein en voor rekening van Geert Bouwman (1819), een zoon van Klaas Klaassens (1791).
 
De naam werd een jaar later gewijzigd in Boumanstraat, zonder 'w'. Kennelijk heerste er verwarring over de schrijfwijze van de naam Bou(w)man. Geert en zijn nakomelingen noemen zich consequent 'Bouwman'.
Geert woonde na de dood van zijn ouders op 140a, dus boven of naast het ouderlijk huis.

Zijn broer Martinus Bou(w)man (1825) legde in 1877 de Mauritsdwarsstraat aan. Hij bleef na de dood van zijn vader in het ouderlijk huis wonen
Tenslotte werd in 1880 door aannemer/moesker Henderikus Bouman (19A) de Jacobstraat aangelegd, vernoemd naar zijn zoon Jacob.
Of en hoe de laatste aan bovengenoemde Bou(w)mannen verwant is, is mij niet duidelijk. Wie zegt het?

Klaas Bouman (1867), een zoon van Martinus springt er wat uit. Zij gezin was Doopsgezind. Hij was rijtuigmaker. Twee van zijn dochters gingen studeren. Daarbij behoorden zij tot de eerste vrouwelijke studenten, niet de eerste. Het gaat om Jurrina Christina Bouman (1894) en Pieternella Cristina Bouman (1910), die respectievelijk godgeleerdheid en geneeskunde deden.
Met nadruk werd bij de afstammelingen van Klaas Bouman gezegd: 'je schrijft Bouman, zonder w'.
(NB. Klaas en Jurrina hebben een aparte pagina)